lVerhalen over koffie.
In het onderstaande vind je de verhalen die Anna Fricska schreef ter gelegenheid van de Fairtrade koffieproeverij op 25 maart in speeltuin Bijdorp in Sassenheim en daar zijn verteld tijdens de proeverij.
☕1e Koffie algemeen
Een koffieboon is eigenlijk een kersenspitje. Dus technisch gezien drinken we kersenpitjesoep….
De oorsprong van koffie klinkt bijna als een sprookje. Volgens de bekendste legende begon het allemaal in Ethiopië, honderden jaren geleden. Een geitenhoeder, Kaldi, merkte op dat zijn geiten zich vreemd gedroegen: ze sprongen rond, waren hyperactief en wilden maar niet gaan slapen. Hij ontdekte dat ze rode bessen hadden gegeten van een struik die hij nog niet kende — dat waren de “koffiekersen” van de wilde koffiestruik.
Kaldi bracht de bessen naar een nabijgelegen klooster. De monniken probeerden er een drankje van te maken, maar vonden het bitter en gooiden de bessen in het vuur. Toen gebeurde iets bijzonders: de geur van de geroosterde bonen vulde de ruimte. Ze haalden de bonen uit het vuur, maalden ze, mengden ze met heet water — en zo ontstond de eerste koffie zoals wij die kennen.
Vanuit Ethiopië verspreidde koffie zich naar Jemen, waar het een belangrijk handelsproduct werd. In de 17e eeuw kwam het naar Europa, eerst via Venetië en later via Amsterdam. Nederland speelde een grote rol in de wereldwijde verspreiding van koffieplanten: de eerste koffieplant in Zuid‑Amerika kwam uit de Amsterdamse Hortus Botanicus. Vanuit de Hortus Botanicus in Amsterdam werd een koffieplant als een bijzonder geschenk naar de koninklijke botanische tuin in Parijs gebracht. Daar groeide hij verder, tot een klein stekje werd meegenomen op een lange zeereis naar Martinique, waar het wonderbaarlijk goed bleek te gedijen. Dat ene plantje werd later de voorouder van miljoenen koffieplanten in het Caribisch gebied en later in grote delen van Zuid-Amerika.
Dus eigenlijk: zonder een paar hyperactieve geiten hadden we geen koffie kunnen drinken.
☕☕2e koffie soorten
Koffie groeit in specifieke gebieden die bekendstaan als de koffiegordel, een zone rondom de evenaar: daarin vallen delen van Centraal- en delen van Zuid-Amerika, Afrika, Azië en Oceanië. De belangrijkste vereisten voor de groei van koffieplanten zijn:
- een tropisch klimaat,
- vruchtbare grond,
- een constante temperatuur en
- voldoende neerslag.
Temperatuurveranderingen, droogte en extreme regenval maken het steeds moeilijker voor boeren om stabiele oogsten te produceren. Er zijn duizenden variëteiten koffie, maar wereldwijd domineren twee hoofdsoorten:
Arabica:
Arabica koffiebonen groeien op grotere hoogte met een constante temperatuur tussen de 18-24°C. Ze hebben mildere maar complexe smaak: vaak fruitig en aromatisch. De teelt vereist vaak meer middelen en schaduwrijke omstandigheden, Arabica is gevoelig voor ziekten.
Robusta:
Robustabonen groeien op lagere hoogtes met een constante temperatuur tussen de 24-30°C. De smaak is sterker en bitterder dan Robusta en er zit meer cafeïne in.. Robusta is makkelijker te telen, minder kwetsbaar en vaak goedkoper.
Veel koffies zijn ook blends (mengsels) van beide soorten.
☕☕☕ 3e keurmerken
Elk keurmerk legt een andere nadruk. Enkele bekende voorbeelden zijn:
- Fairtrade – focus: eerlijke prijs voor de koffieboer en goede arbeidsomstandigheden
- Rainforest Alliance – bescherming van natuur en biodiversiteit
- Biologisch / Organic – geen synthetische pesticiden
Een kop koffie kost bijvoorbeeld 3-4 euro in een café. Maar van dat bedrag krijgt de koffieboer vaak maar een paar cent! Fairtrade richt zich vooral op eerlijke handel en inkomenszekerheid voor boeren. Het idee van keurmerken is dat consumenten via hun aankoop een bewuste keuze kunnen maken. Fairtrade betekent eigenlijk iets heel eenvoudigs: eerlijkere handel.
Boeren krijgen een minimumprijs voor hun koffiebonen. Dat geeft hen meer financiële zekerheid, een leefbare loon Het maakt het mogelijk dat de kinderen naar school gaan, gezinnen netjes en gezond wonen. Daarnaast ontvangen coöperaties een Fairtrade-premie. Dat is extra geld dat de boeren samen wordt geïnvesteerd in bijvoorbeeld landbouwtechnieken of milieuprojecten.
Er zijn ook duidelijke afspraken over: goede arbeidsomstandigheden, geen kinderarbeid, bescherming van het milieu en transparantie in de keten.
Voor ons als consument betekent het dat we weten dat de boer een leefbaar inkomen heeft en dat de productie duurzamer gebeurt. En het mooie is: de smaak hoeft daar helemaal niet onder te lijden — integendeel, veel Fairtrade koffie komt van kleine coöperaties die juist heel veel aandacht besteden aan kwaliteit. Dus eerlijker produceren en lekkerder koffie drinken gaan hand in hand.
☕☕☕☕ 4e De koffieketen – van struik tot kopje
Wanneer we koffie drinken, zien we meestal alleen het laatste stukje van het verhaal: het kopje koffie voor ons op tafel. Maar de reis van koffie begint veel eerder, tussen de struik en het kopje zitten vaak duizenden kilometers en veel verschillende schakels.
- Het begint allemaal bij de koffiestruik. Die groeit vaak op kleine plantages in landen rond de evenaar, bijvoorbeeld in Colombia, Ethiopië of Vietnam. Veel koffie wordt nog steeds met de hand geplukt, omdat alleen de rijpe koffiebessen geoogst mogen worden.
- Na de oogst worden de bessen verwerkt. De bonen worden uit de vrucht/de bessen gehaald, gewassen en gedroogd in de zon. Daarna worden ze gesorteerd en verpakt. In deze fase spreken we nog van groene koffiebonen — ze zijn nog niet geroosterd.
- Dan begint de echte handelsroute :
De bonen gaan van de boerderij naar een lokale coöperatie of verzamelpunt. Daar worden grotere hoeveelheden samengebracht en gecontroleerd op kwaliteit. - Vervolgens worden ze verkocht aan exporteurs. Die gaan de bonen per containerschip naar andere continenten transporteren— bijvoorbeeld van Zuid-Amerika naar Europa.
- In Europa komen de bonen terecht bij koffiebranders. Door het brandproces krijgen koffiebonen hun smaak, aroma en kleur.
- Daarna worden ze verpakt en gaan ze naar:
- groothandels, en
- supermarkten, koffiewinkels
- of direct naar cafés en restaurants
- En uiteindelijk komt de koffie terecht bij de barista (professionele koffiezetter)— of gewoon bij ons thuis in de keuken.
Als je erover nadenkt, is het best bijzonder: voor één kopje koffie hebben vaak tientallen mensen gewerkt, verspreid over verschillende continenten.
Maar er zit ook een grote uitdaging in die lange keten. Het eerste deel van de keten — de boer die de koffie verbouwt — is vaak het minst zichtbaar. Terwijl juist daar het meeste werk gebeurt. En precies daarom is Fairtrade belangrijk. Het Fairtrade keurmerk (de certificering daarvoor zorgt ervoor dat de mensen aan het begin van de keten ook een eerlijk aandeel krijgen in de waarde van koffie.
Want uiteindelijk begint elke goede kop koffie bij de boer.
☕☕☕☕☕5e Tot slot, leuke historische weetjes
– In de 17e en 18e eeuw werden koffiehuizen in Europa soms “penny universities” genoemd.
Waarom?
Omdat je voor één penny een kop koffie kocht — en ondertussen kon je luisteren naar gesprekken van wetenschappers, filosofen en handelaren. Met andere woorden: één kop koffie was eigenlijk een klein universiteitje op zichzelf. De koffie voor elke kop koffie heeft eigenlijk een lange reis afgelegd — van een struik ergens rond de evenaar tot hier in ons kopje.
-Toen koffie net in Europa verscheen, vonden veel mensen het een vreemde drank: donker, bitter en onbekend. Daarom werd het soms gewoon omschreven als een soort ‘zwarte soep’/ schwarze Suppe / black drink.
-Koffie: ooit “de drank van de duivel”? Toen koffie in de 16e en 17e eeuw Europa begon te bereiken, vonden veel mensen het een heel vreemde drank. Het was donker, bitter en afkomstig uit de islamitische wereld. Sommige christelijke geestelijken waren daarom wantrouwig en noemden het zelfs: “de drank van de duivel.”
– Volgens een bekende anekdote werd de kwestie uiteindelijk voorgelegd aan paus Clemens VIII in Rome, rond het jaar 1600. Men vroeg hem eigenlijk om koffie te verbieden, omdat het een “islamitische drank” zou zijn. Maar de paus besloot eerst zelf te proeven. Hij nam een slok, dacht even na en zou toen gezegd hebben: “Deze drank van de duivel is zó lekker dat het jammer zou zijn om hem alleen aan de ongelovigen over te laten.” – Volgens het verhaal gaf hij daarna zijn goedkeuring. En zo kon koffie zich rustig verder verspreiden door Europa.


